Geen toestemming nodig voor detecteren van Ad-blocking!

3 minuten leestijd (548 woorden)
In begin juli heeft Minister Kamp in antwoord op een Kamervraag bevestigd dat het detecteren van ad blockers geen toestemmingsvereiste heeft, noch een informatieplicht. Dit is voor onze industrie vooral goed nieuws – maar waarom was het überhaupt ooit een probleem? Het komt allemaal neer op de zogenaamde ‘ePrivacy Richtlijn’.
Deze Europese wet bestaat al sinds 2002, en werd in 2009 gewijzigd. Het is een richtlijn die vooral gaat over de telecommunicatiesector, maar in Artikel 5 (3) wordt toestemming en ‘voldoende informatie’ vereist voor het plaatsen van of lezen van informatie op de randapparatuur van een gebruiker. Het idee achter dit artikel was om internet cookies te reguleren – maar om het zo technologisch neutraal mogelijk te houden had de Europese wetgever het in bredere termen opgevat. Vanwege dit artikel wordt deze wet ook de ‘cookiewet’ genoemd, en het is tevens de reden dat men bij bijna elke website sinds 2011 akkoord moet gaan met het gebruik van cookies.

In Nederland heeft de overheid deze richtlijn, zoals hoort, in de nationale wet opgenomen. In dit geval is dat de Telecommunicatiewet, in Artikel 11.7a, en hierover ging de Kamervraag. Aanleiding voor de Kamervraag waren twee nieuwsberichten, van Tweakers en Nu.nl over een uitspraak van de Europese Commissie dat het detecteren van ad blockers volgens Europese wetgeving illegaal is.

De uitspraak kwam echter in de vorm van een brief, geadresseerd aan een privacy activist die sommige pagina’s van de brief op Twitter zette. Daarna liet hij weten dat hij uitgevers voor de rechtbank zal slepen als ze gebruik maken van dit soort scripts omdat het volgens deze brief illegaal was. De Europese Commissie legt in de brief uit dat het toestemmingsvereiste in principe van toepassing is, mits de scripts waar de activist het over heeft inderdaad informatie plaatsen of lezen van de randapparatuur van een gebruiker. In de brief staat ook dat deze interpretatie niet buitensluit dat de uitzonderingen op de toestemmingsvereiste van toepassing kunnen zijn, maar geeft daar verder geen verklaring over. De Europese Commissie is trouwens helemaal niet verantwoordelijk voor het interpreteren van Europese wetgeving, dat is eigenlijk de taak van het Europese Hof. Dat de Commissie het op een bepaalde manier ziet betekent dus nog niet dat het een wettelijke waarheid is.

Bovendien is een richtlijn op zich niet zomaar direct toepasselijk in een lidstaat van de Europese Unie – elke lidstaat moet de richtlijn in de nationale wetgeving opnemen, en in elke lidstaat is er een bepaalde marge voor verschillende opvattingen. In Nederland hebben we nu dus een officieel antwoord van Minister Kamp gekregen: de cookiewet is wél van toepassing op scripts die het gebruik van een ad blocker detecteren, maar het valt onder één van de uitzonderingen.
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is namelijk van mening dat het script wordt gebruikt om informatie te verkrijgen over de kwaliteit of effectiviteit van de gelverde websites, en dat het geen of geringe gevolgen heeft voor de privacy van de gebruiker. En Nederland is niet de enige Lidstaat die dit heeft bevestigd: ook in Denemarken heeft de relevante autoriteit laten weten dat het detecteren van een ad blocker geen toestemming vereist.

IAB Europe welkomt deze berichten en is ervan overtuigd dat, indien nodig, meerdere lidstaten hetzelfde standpunt zullen nemen in deze discussie.

Chris Hartsuiker . Public Policy Assistant | IAB Europe

Chris Hartsuiker 
Public Policy Assistant | IAB Europe